‘Technical Change’ versus ‘Change of Technology’

14 januari 2026

Rapport Wennink


Het Rapport Wennink is duidelijk: we hebben een digitaal fundament nodig, zo stelt het rapport, en ‘Toegang tot zo’n digitaal fundament bepaalt in toenemende mate het succes van de andere drie strategische domeinen uit dit rapport’. 

Peter Wennink weet, als voormalig CEO van ASML, natuurlijk alles van innovatie en hoe dat tot stand komt. Niet voor niks werd hij door de minister van Economische Zaken Karremans gevraagd om een advies uit te brengen over het investeringsklimaat en het toekomstig verdienvermogen van Nederland. In het Rapport Wennink wordt aangedrongen op een stevige investeringsagenda voor de komende 10 jaar en dat is hard nodig.  Volgens de R&D Top 50, de jaarlijkse ranglijst van bedrijven die het meeste geld uitgeven aan Research & Development, opgesteld door TW.nl in samenwerking met TNO en VNO-NCW, spendeerden deze bedrijven in 2024 samen € 7.3 miljard aan R&D in Nederland. ASML neemt daarvan met € 3 miljard bijna de helft voor haar rekening en dat maakt dat de R&D uitgaven in Nederland zeer onevenwichtig verdeeld zijn. Dat voelt een beetje als wedden op één paard. De overheid was in datzelfde jaar goed voor € 9,4 miljard en in totaal komt dat overeen met slechts 2,3% van het BBP, ruim onder de EU-doelstelling van 3%. Daarmee loopt Nederland achter op andere Europese landen en dat gat wordt de komende jaren alleen maar groter. Het Rathenau Instituut berekende dat, mede door het wegvallen van het Nationaal Groeifonds, de overheidsuitgaven aan onderzoek & ontwikkeling vanaf 2024 met € 1.3 miljard dalen naar € 8,7 miljard in 2029. Dat gaat dus niet de goede kant op. 

Het is belangrijk om te onderkennen dat onderzoek en wetenschap van cruciaal belang zijn voor de totstandkoming van innovatie, omdat innovatie verreweg de belangrijkste drijver is voor de welvaart op korte en lange termijn. Dat belang werd aangetoond door Robert M. Solow (1924-2023), een Amerikaanse econoom, die daarmee in 1987 de Nobelprijs voor Economie won. Volgens Solow’s Law is ‘technical change’ de belangrijkste factor voor langdurige economische groei, omdat het, in tegenstelling tot kapitaal en arbeid, geen last heeft van afnemende meeropbrengsten. Empirisch onderzoek toont aan dat een significant deel van de economische groei in moderne economieën wordt gedreven door ‘technical change’, gedefinieerd als verbeteringen in het productieproces of technische verbetering van het product. Exacte cijfers kunnen variëren en zijn afhankelijk van specifieke omstandigheden, de mate van technologische ontwikkeling en factoren als onderwijs, institutionele kwaliteit en het ondernemersklimaat, maar studies suggereren dat innovatie verantwoordelijk is voor tenminste 50% tot wel 70% van de economische groei en productiviteit op korte en lange termijn. 

Los van de vraag of het belang van onderzoek en wetenschap wel voldoende onderkend wordt door onze overheid en het bedrijfsleven, is de manier van financieren ook verschoven. Vroeger werd ook door het bedrijfsleven nog fundamenteel wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd met het Philips Natuurkundig Laboratorium (NatLab) als kroonjuweel van onafhankelijk onderzoek door de vaderlandse industrie. Het NatLab werd, op initiatief van Gerard Philips, in 1914 opgericht om octrooien te creëren, zodat Philips minder afhankelijk zou worden van octrooien van derden. Daar zijn mooie dingen uit voortgekomen. De bekendste is wellicht de Compact Disc, tien jaar later gevolgd door de DVD en nog weer later door Blu-Ray. Ook de semiconductortechnologie, waar ASML uit voortgekomen is, behoorde tot de paradepaardjes van het NatLab. Maar fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is duur en de uitkomsten onzeker. In een investeringsklimaat, waar managers sturen op korte termijn rendement en aandeelhouders elk jaar resultaat willen zien, wordt onderzoek ingeperkt tot productontwikkeling of hooguit toegepast wetenschappelijk onderzoek. In zo’n klimaat geldt fundamenteel wetenschappelijk onderzoek als te duur om door één bedrijf gedragen te worden. Dat is een groot probleem voor bedrijven als ASML, waarvoor onderzoek van levensbelang is om voorop te blijven lopen. Daarom besloot Martin van de Brink in 2013 om een aanbesteding uit te schrijven voor de selectie van een kennisinstituut om de wetenschappelijke partner van ASML te worden. Die werd gewonnen door een consortium van de twee Amsterdamse Universiteiten en AMOLF, één van de instituten van NWO-I. En zo ontstond het Advanced Research Center for Nanolithography (ARCNL), een publiek-privaat kennisinstituut dat fundamenteel wetenschappelijk onderzoek doet. Solow sprak nog van ‘technical change’ in de zin van verbeteren van wat je al hebt. Met behulp van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is ASML, in nauwe samenwerking met ARCNL, op zoek naar compleet nieuwe technologie. Geen ‘technical change’, maar ‘change of technology’. En wie weet, vinden ze de opvolger van de EUV-technologie uit, waarmee ASML voorop kan blijven lopen in de chipindustrie.

Ook met de lancering van AWS, de allereerste hyperscaler, was er geen sprake van een ‘technical change’, maar van een ‘change of technology’. Een platform switch, die tegelijk een Paradigm Shift voor de IT-industrie betekende. Geen incrementele verbetering van wat we al hadden, maar disruptief nieuwe technologie. Schaalbaarheid en flexibiliteit tot in het oneindige. Innovatie in het kwadraat. Cloud is de nieuwe gereedschapskist van het digitale tijdperk, de nieuwe machinerie met data als brandstof. We hebben het hier over de industrialisatie van IT. En als we, conform de theorie van Solow, van deze bron van innovatie gebruik willen maken om onze welvaart en die van toekomstige generaties veilig te stellen, dan zullen we van deze nieuwe technologie maximaal gebruik moeten maken.

Het Rapport Wennink stelt dat we moeten focussen op domeinen waar we een strategische positie kunnen opbouwen en behouden. Het eerste domein dat wordt genoemd is Digitalisering & AI. Als we daar een positie in willen bouwen hebben we een digitaal fundament nodig, zo stelt het rapport, en ‘Toegang tot zo’n digitaal fundament bepaalt in toenemende mate het succes van de andere drie strategische domeinen uit dit rapport’. Voor dat digitaal fundament kunnen en mogen we niet afhankelijk zijn van niet-Europese mogendheden. Dat moeten we zelf ontwikkelen. Nederland heeft met de wetenschappelijke instituten van NWO-I, zoals het CWI en ASCI, alle kennis in huis om de Software Stack voor een Europese Soevereine Hyperscaler te ontwikkelen, dat als digitaal fundament kan dienen voor de strategische domeinen en het toekomstig verdienvermogen van Nederland. 

In mijn boek ‘Digitale Soevereiniteit en hoe nu verder met de Digitale Transformatie van de Nederlandse overheid’ leg ik uit waarom we zo’n digitaal fundament nodig hebben en waarom Nederland het initiatief moet nemen om, als onderdeel van de ‘Digitale Stack’, zoals genoemd in het Rapport Wennink, de Software Stack voor een Europese Soevereine Hyperscaler te ontwikkelen.

Deel dit artikel

WhatsApp
Email

Interesse?

Plan een vrijblijvend kennismakings­gesprek in

Wil je meer weten over een bepaald onderwerp of zoek je naar de juiste vorm om dat in jouw organisatie te agenderen, plan dan een kennismakingsgesprek om jouw vraag en de mogelijkheden te bespreken.

DSC03361

Updates

Verder lezen

Volg mij op LinkedIn

Michiel de van der Schueren7

Het verschil tussen Datasoevereiniteit en Digitale Soevereiniteit

4 februari 2026

Weet jij wat het verschil is tussen Datasoevereiniteit en Digitale Soevereiniteit? In mijn boek ‘Digitale Soevereiniteit en hoe nu verder...

Lumiers

Nederland heeft een Moonschot Project nodig

14 januari 2026

Als eerste Moonshot Project van het nieuw op te zetten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) zou Nederland de Software...

EDIC

Over de Digitale Soevereiniteit van Europa

14 januari 2026

Het belang van de Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium (DC-EDIC) voor de Digitale Soevereiniteit van Europa....
Michiel-de-van-der-Schueren